20.000 euro blijkt niet genoeg: dit bedrag krijgen Vlaamse ministers er nog bovenop

De Vlaamse ministers staan al langer bekend om hun stevige verloning, maar daarbovenop krijgen ze ook nog extra’s die minder gekend zijn bij het brede publiek. Oppositiepartij PVDA maakt zich daar nu luid over boos. Volgens fractieleider Jos D’Haese is het tijd dat ministers “met hun voeten op de grond” komen te staan.

“Ministers verdienen al absolute toplonen”, benadrukt D’Haese. “Waarom zou de belastingbetaler dan ook nog eens voor hun huishouden moeten opdraaien? Bovenop hun riante lonen, dienstwagens en chauffeurs, blijkt nu dat ze ook hun eigen woonkosten vergoeden.” Volgens PVDA is dat niet langer verdedigbaar in tijden waarin de burger steeds vaker moet besparen.

Een systeem zonder controle of voorwaarden

De extra vergoedingen voor Vlaamse ministers zijn forfaitair, wat betekent dat ze automatisch toegekend worden en er geen controle is op het effectieve gebruik ervan. Het maakt niet uit of een minister huurt of eigenaar is, of hij in Brussel verblijft of elders: het bedrag wordt simpelweg gestort. PVDA noemt dit een “systeem van de vorige eeuw”.

Het systeem bestaat al sinds 1998 en werd destijds ingevoerd om bijkomende kosten van ministers te dekken. “De ministers mogen er alles mee doen — het geld hoeft zelfs niet aan wonen besteed te worden”, klinkt het kritisch. Zelfs verouderde voorzieningen zoals “kosten voor fax en telefoon” worden nog steeds expliciet vermeld in de officiële documentatie.

De bedragen blijven overeind, indexatie of niet

Hoewel de toelagen al meer dan twee decennia oud zijn, zijn ze nooit geïndexeerd. Toch werden ze ook nooit afgeschaft. Gwendolyn Rutten, toen minister van Binnenlands Bestuur, bevestigde vorig jaar dat deze forfaitaire vergoedingen blijven gelden onder het huidige regeringsbeleid. De Vlaamse minister-president Matthias Diependaele wijst erop dat er al eerder een besparing van 8% is doorgevoerd op ministerweddes.

Maar aan deze toelagen zelf werd nooit geraakt. Volgens de regering maken ze deel uit van een “correcte vergoeding van onkosten”, vergelijkbaar met die van Vlaamse parlementsleden. Tegelijk blijven ze een heikel onderwerp, vooral als regeringen van de burger vragen om zuiniger te leven.

Zoveel krijgen ze dus écht bovenop hun loon

De cijfers zijn duidelijk: Vlaamse ministers krijgen elke maand 1.152,52 euro netto extra voor woon- en huishoudkosten. Daarvan gaat 247,89 euro naar huisvesting en 867,63 euro naar huishoudelijke uitgaven. Alles bovenop hun ministerwedde van ruim 21.500 euro bruto per maand. Geen bonnetjes, geen verantwoording — gewoon een extraatje, vastgelegd in een document uit vorige eeuw.

Ter vergelijking: bij de federale ministers ligt het bedrag nog hoger. Daar ontvangen leden van de regering 1.923,82 euro per maand aan gelijkaardige toelagen. Ook daar geldt: niemand vraagt na waar dat geld precies naartoe gaat.

“Tijd dat de privileges sneuvelen”

Voor PVDA is de maat vol. “Dit is geen extraatje, dit is een privilege”, zegt Jos D’Haese. Zijn partij wil het debat opnieuw opentrekken in het Vlaams Parlement. Na het aanscherpen van de parlementaire pensioenen in de Kamer, moet nu ook deze post op de schop. “Wij gaan nu door om ook dit privilege weg te krijgen. Zodat de ministers weer wat meer met hun voetjes op de grond komen te staan.”

Het debat raakt een gevoelige snaar: hoe ver mogen privileges voor politici gaan als het vertrouwen in de politiek onder druk staat?

LEES OOK:

(Afbeelding: YouTube)