Vijf jaar na de invoering van de reddingsstrook in België blijkt dat veel bestuurders nog altijd niet goed weten hoe en wanneer ze die moeten vormen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van verkeersinstituut Vias. Nochtans kan een correct gevormde reddingsstrook het verschil maken tussen leven en dood, omdat hulpdiensten sneller bij ongevallen raken.
Hoe zit deze verkeersregel in elkaar?
Sinds 1 oktober 2020 staat de regel in de wegcode: zodra er file ontstaat op een weg met minstens twee rijstroken in dezelfde richting, moeten bestuurders automatisch plaats maken. Concreet wijkt het verkeer links uit naar links en rechts naar rechts, zodat in het midden een vrije doorgang ontstaat. Toch kent slechts 49 procent van de Belgische bestuurders die regel correct. Zo denkt 37 procent dat je pas ruimte moet maken wanneer een sirene nadert, en 14 procent weet het helemaal niet.
Regionale verschillen
Er zijn ook duidelijke regionale verschillen. In Vlaanderen kent 53 procent de regel, in Wallonië 46 procent en in Brussel amper 31 procent. Volgens Vias is dat problematisch, want in de praktijk is de reddingsstrook vaak nodig — ook op stadswegen met twee rijstroken per richting. Hulpdiensten verliezen vandaag nog geregeld kostbare tijd omdat automobilisten te laat of verkeerd reageren.
Sensibiliseringscampagne
Om dat te verbeteren start Vias een nieuwe sensibiliseringscampagne. Met een animatiefilm op sociale media wil het instituut duidelijk tonen hoe bestuurders correct moeten handelen bij filevorming. De boodschap is simpel: wacht niet tot je een sirene hoort, maar vorm de reddingsstrook meteen zodra het verkeer stilvalt. Dat vergroot de kans dat hulpdiensten snel en veilig ter plaatse raken.
(Afbeelding: Unsplash)