Een man die probeerde uit te zoeken waarom zijn kippen verdwenen, stuitte per ongeluk op een complete ondergrondse stad achter zijn kelder. De man, afkomstig uit Derinkuyu in Turkije, was in 1963 bezig met het renoveren van zijn huis toen hij merkte dat meerdere van zijn kippen zomaar verdwenen.
Gelukkig ontdekte hij na wat speurwerk de oorzaak: er was een kleine spleet ontstaan in zijn keldermuur, waardoor de kippen konden ontsnappen — en nooit meer werden teruggevonden. Maar niets had hem kunnen voorbereiden op wat hij zou ontdekken toen hij besloot wat verder te graven om te achterhalen waar ze naartoe gingen. Nadat hij door de muur brak, stuitte hij op een complete ondergrondse stad, verscholen achter zijn kelder. Kun je het je voorstellen?
600 ingangen
Zijn ontdekking bleek de eerste van meer dan 600 ingangen die uiteindelijk in mensen hun huizen werden gevonden — allemaal leidend naar de ondergrondse stad van Derinkuyu. Bij de opgravingen werd een ongelooflijk staaltje bouwkunst blootgelegd: een netwerk van tunnels en schuilplaatsen dat zich 18 verdiepingen diep uitstrekte tot een diepte van 85 meter. De stad kon tot wel 20.000 mensen én hun vee tijdelijk bescherming bieden.
Men vermoedt dat deze gigantische ondergrondse stad begon als een systeem van grotten dat rond 1200 v.Chr. werd uitgehouwen door de Hettieten om zich te beschermen tegen de Frygiërs. Die laatste breidden het gebied later uit toen ze de regio veroverden. In de eeuwen daarna vergrootten christelijke inwoners van het Romeinse Rijk het gangenstelsel nog verder door er kapellen, stallen en ruimtes voor het maken van wijn en olijfolie aan toe te voegen. (lees verder onder de afbeelding)
Toevluchtsoord
Derinkuyu fungeerde meermaals als toevluchtsoord voor de inwoners van de regio, in een gebied dat door de eeuwen heen vaak werd binnengevallen en bezet. Derinkuyu, gelegen in Anatolië, ligt in een deel van de wereld dat talloze malen is veroverd. Een verborgen stad waarin 20.000 mensen zich konden verschuilen, was dan ook van onschatbare waarde. Hoewel de stad zelf duizenden jaren oud is, was ze pas ongeveer 40 jaar verborgen toen ze werd ontdekt. Dat kwam doordat veel Anatolische christenen in 1923 tijdens een bevolkingsuitwisseling met Griekenland gedwongen uit hun huizen werden verdreven. De stad was ontworpen om bewoners tijdelijk te beschermen, met onder andere grote ronde stenen die als schuifdeuren gangen konden blokkeren. Het was geen plek waar mensen permanent woonden.
Toeristische trekpleister
Ventilatieschachten die door het hele bouwwerk liepen, zorgden ervoor dat mensen ondergronds konden blijven ademen. Er was ruimte om vee mee naar beneden te brengen, zodat men tijdens schuilperiodes van voedsel kon worden voorzien. Dieren werden dichter bij het oppervlak gehouden om te voorkomen dat de geur van hun uitwerpselen de stad onbewoonbaar zou maken. Opslagruimtes wezen erop dat men er maandenlang kon verblijven als dat nodig was. Tegenwoordig is de ondergrondse stad een toeristische trekpleister die je kunt bezoeken — mits je niet al te claustrofobisch bent.
(Afbeeldingen: YouTube)