Het lijkt pure magie, maar er zit een uitgekiend biologisch systeem achter waarom een kat bijna altijd op zijn pootjes terechtkomt. Onderzoekers van de Yamaguchi-universiteit hebben dat mechanisme nu beter in kaart gebracht.
De sleutel: een extreem flexibele ruggengraat
Volgens de studie speelt de ruggengraat een cruciale rol. Het voorste deel van de ruggengraat kan tot wel 47 graden draaien, terwijl het achterste deel stijver en zwaarder is. Daardoor kan een kat zijn lichaam in twee delen “los van elkaar” draaien tijdens een val.
Wanneer een kat valt, draait eerst het voorste deel van het lichaam. Enkele milliseconden later volgt het achterste deel. Die opeenvolgende beweging zorgt ervoor dat het dier zich perfect kan oriënteren en zijn poten naar beneden kan richten.
Poten en lichaam werken samen
Tijdens die beweging trekken katten hun voorpoten in en strekken ze hun achterpoten uit. Dat helpt om de rotatie nog beter te controleren en de landing voor te bereiden. Het resultaat: een gecontroleerde en vaak zachte landing.
Volgens kattenexpert Raf Van Duyse speelt niet alleen de ruggengraat een rol. “De ruggengraat van de kat is uiteraard zeer flexibel”, zegt hij aan Het Nieuwsblad. “Maar ook de staart is belangrijk om het evenwicht te bewaren.” Katten combineren dus hun ruggengraat, staart én snelle reflexen vanuit de hersenen om dit indrukwekkende trucje uit te voeren. (lees verder onder de afbeelding)
Nog een mysterie: waarom altijd naar rechts?
Opvallend is dat katten volgens het onderzoek vaak naar dezelfde kant draaien bij een val. Waarom dat zo is, blijft voorlopig onduidelijk. “Het zou misschien te maken kunnen hebben met een betere bloeddoorstroming langs die kant”, klinkt het, al is dat nog niet bewezen.
VOLGTIP : onze nieuwste én exclusieve content elke dag op je scherm
Zin in nog veel meer interessante en exclusieve artikels van Mancho? Ga dan snel onze nieuwe FACEBOOKGROEP volgen op Facebook. Het beste nieuws van het wereldwijde web vind je hier.
(Bron: Het Nieuwsblad – Afbeeldingen: Unsplash)