Meer dan 8.000 Belgen leven met longfibrose, een zeldzame maar steeds vaker voorkomende longaandoening. Vooral idiopathische longfibrose, waarbij geen duidelijke oorzaak bekend is, treft naar schatting 3.000 mensen in België. Volgens prof. dr. Wim Wuyts van UZ Leuven blijven veel patiënten te lang onder de radar.
De ziekte wordt vaak pas laat ontdekt, omdat de eerste symptomen vaag zijn. Onverklaarbaar hoesten of toenemende kortademigheid worden niet altijd meteen gelinkt aan longfibrose. “Als je bij auscultatie gekraak hoort in de longen, denk dan aan longfibrose en verwijs door naar een longarts”, waarschuwde Wuyts enige tijd geleden in Het Laatste Nieuws.
Wat is longfibrose?
Bij longfibrose ontstaat littekenvorming rond de longblaasjes. Daardoor geraakt zuurstof moeilijker in het bloed, wat uiteindelijk leidt tot kortademigheid en toenemende longschade. De voorbije tien jaar zou het aantal IPF-gevallen sterk zijn toegenomen.
De oorzaken kunnen erg uiteenlopend zijn. Erfelijke aanleg speelt een rol, maar ook roken, blootstelling aan schimmels, dieren of organisch materiaal en bepaalde auto-immuunziekten verhogen het risico. Zonder behandeling is de prognose bij idiopathische longfibrose ernstig, met gemiddeld 2 tot 5 jaar overleving na diagnose.
Welke medicatie bestaat er tegen longfibrose?
Toch is er ook hoop. Medicatie kan de littekenvorming afremmen en volgens Wuyts de overleving zelfs verdubbelen. Daarnaast bieden nieuwe middelen zoals Nerandomilast perspectief, met mogelijk betere resultaten en minder bijwerkingen vanaf 2026 of 2027. (bron: HLN – afbeelding: Freepik)