Worden zomers met 40 graden het nieuwe ‘normaal’? Expert schetst een somber beeld

De vorige hittegolf ligt nog maar net achter ons, maar veel rust lijkt het weer niet te gunnen. Volgens de recentste vooruitzichten van het KMI bouwen de temperaturen opnieuw op, met maxima die richting 30 graden gaan en op sommige momenten zelfs dichter bij 35 graden kunnen uitkomen.

Klimaatwetenschapper Wim Thiery, professor aan de VUB, gaf in ‘Terzake’ duiding bij de recente tropische temperaturen. Zijn boodschap is duidelijk: zulke hitte past in een bredere evolutie waarin extreme warmte vaker, vroeger en later in het jaar opduikt.

Vroeger in het jaar

Thiery noemt de voorbije hittegolf uitzonderlijk krachtig. Vooral de timing valt hem op. Waar hittegolven vroeger vooral met de zomervakantie werden geassocieerd, duiken ze nu ook al op wanneer veel jongeren nog volop examens hebben.

“De vorige hittegolf was toch een uitzonderlijk sterke. Maar wat bijzonder is, is dat de hitte zich steeds vroeger en later in het seizoen voordoet. We zaten technisch gezien nog maar in de lente, en normaal gezien zijn hittegolven iets voor tijdens de zomervakantie. Nu vond het plaats in volle examenperiode.”

Volgens De Standaard voorspelde het KMI na de voorbije hittegolf opnieuw temperaturen rond 30 graden. Van een officiële hittegolf is in Ukkel sprake bij minstens vijf opeenvolgende dagen van 25 graden of meer, waarvan minstens drie dagen 30 graden of meer halen.

Warme lucht uit het zuiden

De recente hitte had volgens Thiery ook te maken met de positie van het hogedrukgebied. Omdat dat ten oosten van ons lag, werd warme lucht vanuit het zuiden aangevoerd.

“Doordat het hogedrukgebied zich ten oosten van ons bevond kregen we bovendien nog de aanvoer van warme lucht uit het zuiden – vanuit de Sahara via Spanje en Frankrijk naar onze streken. En door de klimaatverandering is die lucht vandaag warmer dan dertig jaar geleden.” Met andere woorden: hetzelfde weersysteem kan vandaag zwaarder uitpakken dan vroeger, omdat de achtergrondtemperatuur hoger ligt.

Droogte voedt hitte

Thiery wijst daarnaast op de uitzonderlijk droge lente. Wanneer bodems kurkdroog zijn, kunnen ze minder verkoeling bieden. Normaal verdampt zonnewarmte water uit de bodem, maar als dat water ontbreekt, gaat die energie rechtstreeks naar verdere opwarming. “We komen uit een zeer droge lente en de bodems zijn kurkdroog. Dan krijg je een vicieuze cirkel, een wisselwerking tussen droogte en hitte.”

“Normaal gaat de energie van de zon het water verdampen, maar dat is niet aanwezig, dus gaat de energie van de zon naar verdere opwarming, die de bodem verder uitdroogt, waardoor er nog meer energie van de zon naar opwarming gaat.”

Vicieuze cirkel

Volgens de klimaatwetenschapper is net die combinatie van droogte en hitte iets wat vaker voorkomt in een opwarmend klimaat. “Die vicieuze cirkel van hitte en droogte is iets wat we vaker zien in een wereld met klimaatverandering. Die dingen komen allemaal samen in wat we nu zien en dragen duidelijk de stempel van de klimaatverandering.”

De VUB wijst er in bredere klimaatcommunicatie ook op dat extremen zoals hittegolven in de komende decennia naar verwachting vaker, intenser en langduriger zullen worden door de wereldwijde klimaatontregeling.

Bochtigere straalstroom

Ook de straalstroom speelt een rol. Die luchtstroom bepaalt in grote mate hoe weersystemen zich verplaatsen. Volgens Thiery wordt die in de zomer grilliger door klimaatverandering. “De klimaatverandering zorgt voor een steeds bochtigere straalstroom. We zien dat tijdens de zomer. In de winter is daar nog meer onzekerheid rond.”

Het gevolg is dat weersystemen langer op dezelfde plek kunnen blijven hangen. Een hogedrukgebied blijft dan als het ware trappelen, waardoor hitte zich dagenlang kan opbouwen. “Maar die bochtigere straalstroom maakt dat de weersystemen meer ter plaatse gaan blijven trappelen. En zo krijgen we hogedrukgebieden voor een langere periode op dezelfde plaats. En daardoor kan de hittegolf zich sterker gaan opbouwen.”

Duidelijke link

Voor Thiery is er geen twijfel dat dit soort fenomenen in verband kunnen worden gebracht met klimaatverandering. “Er is geen twijfel over dat fenomenen zoals we vandaag zien gelinkt kunnen worden aan de klimaatverandering.”

Zijn team onderzocht hoeveel extra hittedagen wereldwijd toe te schrijven zijn aan klimaatverandering. Voor België komt hij tot een opvallende conclusie. “Als je dan kijkt naar België, en je vertrekt van de drie à vier warmste dagen per jaar als basis, dan zien we dat er vandaag vijf bijkomende hittedagen zijn. Vandaag zijn in België meer dan de helft van het totaal aantal hittedagen toe te schrijven aan de klimaatverandering.”

Wereldwijd effect

België is daarin geen uitzondering. In tropische gebieden is de toename volgens Thiery nog veel groter. “In sommige tropische gebieden gaat het tot 80 à 100 bijkomende hittedagen per jaar. Er is dus een enorme toename van het aantal hittedagen in heel de wereld.”

Ook internationaal onderzoek toont al langer dat klimaatverandering de kans op extreme hitte sterk vergroot. De VUB verwees eerder bijvoorbeeld naar analyses waaruit bleek dat bepaalde extreme hittegolven veel waarschijnlijker werden door klimaatverandering.

Nog meer risico

De toekomst baart Thiery zorgen. Hittegolven zullen volgens hem vaker voorkomen en de vingerafdruk van klimaatverandering zal alleen duidelijker worden.

“We zien dat hittegolven steeds vaker gaan voorkomen. We zien van de 200 hittegolven die er in de recente periode zijn geweest er een kwart niet mogelijk waren geweest in een wereld zonder klimaatverandering. Dus we zien vandaag al die afdruk.” Bij een wereld die gemiddeld anderhalve graad warmer is, dreigt de kans op extreem dodelijke hitte volgens hem nog verder toe te nemen.

“Maar in de toekomst gaat die afdruk steeds duidelijker worden. Als we kijken naar een anderhalve graad warmere wereld, waarin we ons volgend decennium al structureel gaan kunnen bevinden, dan zien we dat de kans op extreem dodelijke hitte zal verdubbelen ten opzichte van vandaag.”

Grenzen aan aanpassing

Thiery benadrukt dat maatregelen zoals hitteplannen wel degelijk helpen. Maar tegelijk waarschuwt hij dat aanpassen alleen niet genoeg zal zijn. “We kunnen ons aanpassen en we zien dat zaken als hitteplannen wel degelijk hun vruchten afwerpen. Tegelijk zien we dat die aanpassing aan de klimaatverandering duidelijk haar grenzen heeft, en we botsen zeer snel op die grenzen.”

Daarom moet volgens hem vooral de oorzaak worden aangepakt: de uitstoot van broeikasgassen. “En dan komt toch wel de boodschap sterk naar voren dat we het probleem bij de wortel moeten aanpakken. We zitten nu nog in die escalerende fase, doordat we nog steeds CO2 uitstoten, en elk jaar meer.”

Naar nuluitstoot

Volgens Thiery is nuluitstoot de enige manier om de verdere opwarming te stabiliseren. “We moeten zo snel mogelijk naar een nuluitstoot gaan, om dan het probleem te stabiliseren. De opwarming van de aarde zal niet verder toenemen en het aantal hittedagen zal gaan stabiliseren. Dus dat is het allerbelangrijkste wat we kunnen doen: die escalerende fase stabiliseren.” Zolang dat niet gebeurt, blijven hittegolven en andere klimaatextremen in kracht toenemen.

Impact op school

De gevolgen van hitte zijn volgens Thiery breder dan alleen ongemak of zweten. Ook leerprestaties kunnen eronder lijden.

“We hebben een studie gedaan naar de PISA-testresultaten en hebben een duidelijk verband vastgesteld tussen het aantal hittedagen en de scores van de leerlingen op die test. We zien dat hitte de scores verlaagt, en we zien dat de zwakst scorende leerlingen het sterkst getroffen worden. Met andere woorden: hitte vergroot de kloof tussen sterke en zwakke leerlingen.”

Dat maakt hitte ook een sociaal probleem. Niet iedereen wordt even zwaar getroffen, maar kwetsbare groepen dragen vaker de grootste gevolgen.

Ongelijkheid bij hittedoden

De meest bekende impact blijft volgens Thiery de stijging van het aantal hittedoden. Ook daar ziet hij duidelijke ongelijkheid. “We zien het aantal hittedoden toenemen. In België zien we ook een ongelijkheid: mensen die ouder dan 60 jaar zijn en geen middelbaar diploma hebben hebben dubbel zoveel kans hebben om te sterven van hitte in vergelijking met mensen die een diploma hoger onderwijs hebben.”

Zijn conclusie is dan ook scherp: hittegolven zijn geen losstaand zomerfenomeen meer. Ze worden intenser, komen vaker voor en treffen vooral wie zich het minst goed kan beschermen. (afbeelding: Magnific)