Wesley Sonck heeft geen plannen om opnieuw als voetbaltrainer aan de slag te gaan. De voormalige Rode Duivel was jarenlang bondscoach van de Belgische jeugdploegen, maar is tegenwoordig vooral actief als analist en commentator. Hoewel hij nog altijd nauw betrokken is bij het voetbal, hoeft geen enkele club hem te benaderen voor een plaats op de trainersbank. De onzekerheid die bij het beroep hoort, schrikt hem volledig af.
“Een ondankbare job”
“Het is een ondankbare job”, vertelt Sonck in Peter & De Zandloper. Hij vergelijkt het bestaan van een voetbalcoach met dat van een radiomaker die voortdurend op luistercijfers wordt beoordeeld. “Begin jij graag aan een radioprogramma waar ze binnen twee maanden zien dat de cijfers tegenvallen en je ontslaan? Lange termijn bestaat niet in het voetbal.”
Volgens Sonck krijgen trainers nauwelijks tijd om een ploeg naar hun hand te zetten of een project op te bouwen. Enkele mindere resultaten kunnen tegenwoordig al voldoende zijn om ontslagen te worden. “De langstzittende trainer vorig seizoen in de Jupiler Pro League was Besnik Hasi. Dat was nog geen jaar. Welkom in onze wereld”, stelt de voormalige spits scherp.
Mikel Arteta
Toch ziet Sonck dat het ook anders kan. Hij verwijst naar Mikel Arteta, die sinds december 2019 bij Arsenal werkt en de Londense club vorig seizoen naar de Engelse landstitel leidde. “Er zijn landen zoals Engeland, waar Arteta vorig seizoen kampioen werd en die daar al vijf jaar zit. Dat is wauw in het voetbal.” Die continuïteit gaf Arteta de mogelijkheid om zijn ideeën stapsgewijs door te voeren.
Voor Sonck weegt dat uitzonderlijke voorbeeld echter niet op tegen de algemene onzekerheid van het trainersbestaan. Hij kiest daarom bewust voor zijn werk in de media, waar hij wedstrijden analyseert zonder dagelijks afhankelijk te zijn van resultaten. Zijn ervaring als voormalig speler en jeugdcoach blijft daarbij waardevol, maar een nieuwe functie langs de zijlijn ziet hij niet meer zitten.