De gemiddelde levensverwachting in de Verenigde Staten ligt rond de 79 jaar. Mensen die 100 worden, leven dus meer dan 20 jaar langer dan gemiddeld. Volgens experts lijken sommige honderdjarigen bovendien over een bijna “bovenmenselijk” vermogen te beschikken: ze weten ernstige ziektes opvallend lang uit te stellen of zelfs grotendeels te vermijden.
Honderdjarigen worden later ziek
Een Zweedse studie suggereert dat mensen die 100 jaar worden een bijzonder vermogen hebben om ziekte te ontwijken. Karin Modig, universitair hoofddocent epidemiologie aan het Karolinska Institutet, stelde dat honderdjarigen een andere verouderingscurve lijken te volgen. Volgens haar ontwikkelen ze minder ziektes en stapelen aandoeningen zich bij hen trager op dan bij mensen die minder oud worden.
Dr. Nir Barzilai, directeur van het Institute for Geroscience aan het Albert Einstein College of Medicine, noemt dit “compression of morbidity”. Daarmee bedoelt hij dat ziekte en aftakeling worden samengedrukt in een veel kortere periode aan het einde van het leven. Over zijn eigen studies zei hij: “Ze leefden, leefden, leefden en stierven.”
Niet alleen langer leven, maar langer gezond blijven
Volgens Barzilai lijken de biologische processen die veroudering vertragen niet alleen beperkt tot het immuunsysteem of één specifiek orgaan. Ze zouden door het hele lichaam werken. Tijdens het Zweedse onderzoek werden twee studies uitgevoerd waarbij mensen die lang leefden werden vergeleken met mensen die in hetzelfde jaar waren geboren, maar minder oud werden.
De resultaten toonden dat mensen die 100 jaar of ouder werden minder ziektes kregen en die ziektes ook later ontwikkelden. Ze hadden bovendien minder vaak dodelijke aandoeningen, zoals ernstige hart- en vaatziekten, dan leeftijdsgenoten die eerder overleden.
Onderzoek bij meer dan 170.000 Zweden
In de eerste studie analyseerden onderzoekers de gezondheid van meer dan 170.000 Zweedse inwoners die tussen 1920 en 1922 werden geboren. Ze volgden hun gezondheid vanaf hun 60e tot aan hun overlijden, of tot ze 100 werden.
Daarbij keken ze naar aandoeningen zoals beroertes, hartaanvallen, heupfracturen en verschillende vormen van kanker. Wie uiteindelijk 100 werd, had gedurende het leven gemiddeld lagere ziektecijfers, vooral vanaf de late middelbare leeftijd.
Minder beroertes en hartaanvallen
Een van de opvallende bevindingen was dat op 85-jarige leeftijd slechts 4 procent van de mensen die later 100 werden een beroerte had gehad. Bij mensen die bijna 100 werden, maar het net niet haalden, lag dat percentage rond de 10 procent. Ook bij hartaanvallen was het verschil groot. Van de mensen die 100 werden, had ongeveer 12,5 procent een hartaanval gehad. Bij mensen die tussen 80 en 89 jaar oud werden, was dat ongeveer 24 procent.
Volgens de onderzoekers wijst dit erop dat honderdjarigen ernstige gezondheidsproblemen niet simpelweg beter overleven, maar ze vaak uitstellen of helemaal vermijden.
Ziektes stapelen zich trager op
In een tweede studie werden nog meer aandoeningen onderzocht. Daarbij ging het niet alleen om ernstige ziektes, maar ook om mildere gezondheidsproblemen. Opnieuw zagen de onderzoekers hetzelfde patroon: honderdjarigen ontwikkelden minder ziektes en hun ziektelast nam langzamer toe doorheen hun leven.
Modig stelde dat honderdjarigen ook meer veerkracht leken te tonen tegenover neuropsychiatrische aandoeningen. Toch kunnen onderzoekers nog niet met zekerheid zeggen waarom sommige mensen zoveel weerstand lijken te hebben tegen hart- en hersengerelateerde ziektes. Het kan liggen aan genetica, levensstijl, omgeving, of een combinatie van al die factoren.
Genen kunnen een grote rol spelen
Barzilai denkt dat genetica een krachtige factor is. Volgens hem stijgt je levensverwachting met 24 procent als beide ouders honderdjarig werden. Zelfs één ouder die 100 werd, zou volgens hem al een stijging van 13 procent geven. Toch betekent dat niet dat levensstijl onbelangrijk is. Gezond eten, bewegen, niet roken, voldoende slaap, sociale contacten en medische opvolging blijven belangrijke factoren voor gezond ouder worden.
Proteïnen kunnen de sleutel zijn
Er zijn duizenden studies gedaan naar mensen die 100 jaar of ouder worden. Een andere studie, onder leiding van professor emeritus Karl-Heinz Krause van de geneeskundefaculteit van de Universiteit van Genève, keek naar bloedstalen van honderdjarigen, tachtigers en mensen tussen 30 en 60 jaar.
De onderzoekers analyseerden 724 eiwitten en ontdekten dat honderdjarigen op moleculair niveau anders lijken te verouderen dan andere ouderen. Bij de honderdjarigen vonden ze 37 eiwitten waarvan het profiel meer leek op dat van jongere volwassenen dan op dat van tachtigers.
Geen magische formule
Die 37 eiwitten worden gezien als mogelijke aanwijzingen voor vertraagde veroudering. Ze kunnen onderzoekers helpen beter te begrijpen waarom sommige mensen 100 worden en daarbij relatief lang gezond blijven.
Maar wetenschappers benadrukken dat dit geen simpele magische oplossing is. Het gaat niet om één wondereiwit, één dieet of één geheim trucje. Lang leven lijkt eerder het resultaat van een complexe combinatie van genetische bescherming, gezonde gewoontes, omgeving, veerkracht en misschien ook een flinke dosis geluk.
Het echte geheim: ziektes zo lang mogelijk uitstellen
De belangrijkste ontdekking is dus niet alleen dat honderdjarigen langer leven. Het opvallende is vooral dat velen van hen langer gezond blijven en ernstige ziektes later krijgen. Hun “superkracht” lijkt niet onsterfelijkheid te zijn, maar het vermogen om de kwetsbaarste periode van het leven zo kort mogelijk te houden. (afbeelding: Magnific)
Gerelateerde berichten
VOLGTIP!
Zin in nog meer van onze virale en exclusieve content. Word dan snel (gratis) lid van onze nieuwe Facebookgroep. Via deze link geniet je meteen van alle leuke content van Mancho. Tot gauw!