Wetenschappers hebben ontdekt waarom sommige rokers meer kans lijken te hebben om ooit kanker te krijgen dan anderen. Roken wordt in verband gebracht met minstens 15 verschillende soorten kanker, en rokers hebben volgens gezondheidsinstanties een veel hoger risico op longkanker dan mensen die niet roken. Toch krijgt niet elke roker kanker, en een nieuwe studie suggereert nu dat iemands genetische achtergrond mee bepaalt hoe groot dat risico is.
Onderzoekers van de University of Cambridge ontdekten dat erfelijke genen samenwerken met genetische schade die iemand tijdens het leven oploopt. Die combinatie kan beïnvloeden hoe tumoren ontstaan en hoe ze zich verder ontwikkelen. De studie, gepubliceerd in Nature, toont volgens de onderzoekers aan dat kanker niet volledig willekeurig ontstaat, maar dat iemands genetische basis mee richting geeft aan het pad dat de ziekte volgt.
Wat onderzochten de wetenschappers?
Voor het onderzoek gebruikten wetenschappers vier verschillende muizenstammen met elk een andere genetische achtergrond en een verschillende gevoeligheid voor leverkanker. De muizen kregen één dosis diethylnitrosamine, een kankerverwekkende stof die DNA-schade kan veroorzaken in levercellen. Volgens Cancer Research UK Cambridge Institute komt die stof onder meer voor in tabaksrook en sommige bewerkte voedingsmiddelen.
Daarna bestudeerden de onderzoekers de genomen van bijna 600 tumoren. Ze zagen dat de tumoren vaak uitkwamen bij vergelijkbare kankerbevorderende systemen, maar dat de weg ernaartoe verschilde per genetische achtergrond. Met andere woorden: dezelfde schadelijke blootstelling kan bij verschillende genetische profielen leiden tot andere mutaties, andere tumorgroei en een ander verloop van de ziekte.
“Kanker ontstaat niet volledig toevallig”
Professor Duncan Odom, senior auteur van de studie, zei: “Kanker ontstaat niet volledig door toeval. Hoewel tumoren vaak hetzelfde biologische eindpunt bereiken, wordt de weg naar dat eindpunt bepaald door iemands genetische achtergrond.” Volgens hem konden de onderzoekers voor het eerst aantonen in welke mate genetische achtergrond zowel de mutatieprocessen als de routes naar tumorontwikkeling beïnvloedt.
Dr. Sarah Aitken, eerste auteur van de studie en verbonden aan Yale School of Medicine, stelde dat deze bevindingen belangrijk kunnen zijn voor toekomstige kankerpreventie en screening. Als genetische achtergrond mee bepaalt wie meer risico loopt en hoe tumoren evolueren, dan zouden artsen in de toekomst meer rekening kunnen houden met erfelijke genetica en verschillen tussen bevolkingsgroepen.
Wat betekent dit voor rokers?
De studie betekent niet dat sommige mensen “veilig” kunnen roken. Roken blijft een van de grootste vermijdbare risicofactoren voor kanker. Wat het onderzoek wel suggereert, is dat dezelfde blootstelling aan kankerverwekkende stoffen niet bij iedereen exact hetzelfde effect heeft. Bij sommige mensen kan hun genetische achtergrond ervoor zorgen dat DNA-schade sneller of op een gevaarlijkere manier uitmondt in tumorgroei.
Op termijn kan dit soort onderzoek helpen om kankerpreventie persoonlijker te maken. Denk aan gerichtere screening voor mensen met een hoger erfelijk risico, of behandelingen die beter aansluiten bij de manier waarop iemands tumor zich ontwikkelt. Maar voorlopig blijft de belangrijkste boodschap simpel: stoppen met roken verlaagt het risico op kanker aanzienlijk, ongeacht je genetische aanleg. (Bron: UNILAD – Afbeelding: Magnific)